This article is also available in

Post-Facebook era

maandag, 30 april 2018

Facebook is niet uit het nieuws te branden. Privacyschendingen, datalekkage, politiek misbruik, de kwalijke rol van Facebook bij de etnische zuiveringen in Myanmar, de Facebook-VPN-app die veiligheid belooft, maar het tegenovergestelde doet: het grote publiek is wakker.

Maar Facebook is niet de enige. Het is de mentaliteit van de meeste grote (Amerikaanse) technologiebedrijven. Een onverwoestbaar geloof in technische vooruitgang in combinatie met een businessmodel waarbij de service gratis is voor de gebruikers, en het grote geld verdient wordt doordat andere bedrijven betalen voor de gegevens van de gebruikers.

Deze mentaliteit kunnen deze grote technologiebedrijven zich veroorloven omdat hun producten verweven zijn geraakt met de samenleving. Voor veel mensen is het bijna onmogelijk nog normaal te kunnen functioneren zonder gebruik te maken van Google Maps, Microsoft Office, Whatsapp, en een iPhone of Android telefoon.

Europese alternatieven voor de diensten en producten van de Amerikaanse giganten zouden de machtsverdeling ten goede komen. Als de taart in meer stukken verdeeld wordt, zijn alle stukken kleiner. Bovendien is het voor de Europese regelgever makkelijker hier toezicht op te houden. Maar hoe zorg je ervoor dat er Europese alternatieve komen? Hoe zorgen we ervoor dat deze partijen ook echt meedoen op het speelveld? Wie gaat dat financieren?

In Duitsland is begin april Verimi gelanceerd als tegenhanger van het inloggen met Facebook en Google. Verimi is een initiatief van Deutsche Bank en Bundesdruckerei en belooft een datavriendelijk platform te worden dat door alle onlinediensten gebruikt kan worden. Allianz, Lufthansa en Deutsche Telekom gaan mee doen. Met 50 miljoen startgeld een aardig initiatief, maar natuurlijk slechts een fractie van wat Facebook en Google daartegenover zetten. Maar blijft dit een Duits initiatief, of gaat Verimi de grens over?

Wat dan wel?
Het antwoord op Facebook en Google gaat niet komen van één startup met een goed idee. Toverwoorden zijn standaardisering en interoperabiliteit. Verassend genoeg heeft de wetgever hier de bal aan het rollen gebracht. De algemene verordening gegevensbescherming (AVG) dwingt dataportabiliteit af. Dit wil in de praktijk zeggen dat je aan bedrijf A jouw gegevens op mag vragen om vervolgens de hele spullenboel bij een concurrent, bedrijf B, neer te zetten. Bye bye Facebook, hello Verimi… Hoe dit in de praktijk gaat werken moet nog blijken.

Waar dit een goede eerste stap is, pleit de Qiy Foundation voor nog één stap verder: het van elkaar losweken van het ‘platform’ en de data zelf. Het oppakken van gegevens en naar de concurrent brengen is het inwisselen van het ene platform voor het andere. Als de gegevens los staan van het platform wordt deze portabiliteit niet alleen naar een nieuw niveau getild, maar het zou mogelijk worden dat platformen met elkaar gaan praten. Dit betekent dat als jij graag Whatsapp gebruikt, je ook met mensen kan communiceren die ervoor kiezen Telegram of Dappre te gebruiken. Door deze flexibiliteit komt er een gezondere verhouding tussen de gebruikers en (meerdere) aanbieders. En als we ons als gebruikers hierbij ook nog gaan realiseren dat helemaal niets gratis is, kunnen er flinke stappen gezet worden.

Het Qiy Afsprakenstelsel heeft standaarden vastgelegd die ‘de-platformisering’ mogelijk maken. Als alle partijen dezelfde taal spreken verdwijnt het ‘lock-in’ effect dat veel van de internetgiganten hanteren.

Voor wie de Facebook perikelen gemist heeft is er keuze genoeg:

  1. Zondag met Lubach – Bye Bye Facebook
  2. Financial Times
  3. Nu.nl
  4. NewYork Magazine
  5. de Morgen
  6. The Guardian
  7. Zuckerberg in 2009
  8. The Verge: Facebook leest al je SMSjes
  9. Netkwesties
  10. De Morgen
  11. AD.nl
  12. De Correspondent

Over Verimi:
www.heise.de